Blog

Over innovatie - deel II

Een simpele zoekactie op Amazon op de term 'innovation' levert, niet verrassend, meer dan 10.000 treffers op. Het aantal wetenschappelijke artikelen is een veelvoud.  Met zoveel aandacht voor innovatie dringt zich de vraag op hoe al deze kennis opgebouwd wordt. 

Van de oudheid tot in de negentiende eeuw had innovatie een negatieve connotatie. Innovatie was de introductie van een noviteit gekoppeld aan het veranderen van bestaande gebruiken (regels, orde, cultuur) en dat laatste werd als verwerpelijk gezien. Vernieuwers in de middeleeuwen tot aan de negentiende eeuw haastten zich te verklaren dat hun vindingen op gebieden als natuurkunde weliswaar nieuw waren, maar zeker geen innovatie.
Anderen presenteerden hun ontwikkeling als renovatie (in plaats van innovatie) - een terugkeer naar een verleden, bijvoorbeeld binnen het denkkader van de renaissance. 

Sinds de oudheid tot op de dag van vandaag wordt innovatie gebruikt in twee vormen: als actie (werkwoord) en als resultaat van die actie (substantief). 

Halverwege de negentiende eeuw kantelt het beeld en wordt vooruitgang vaker als iets positiefs gezien. Onder invloed van de Romantiek ontstaat begin twintigste eeuw een begrip van innovatie verbonden aan creativiteit, als opzettelijk werk van menselijke verbeelding. Met creativiteit ontstaat ook een nadruk op originaliteit. Gelegen in het bedenken van iets geheel nieuws - nooit eerder gedaan - of in een nieuwe combinatie van bestaande dingen. 

Vanaf 1970 komt er een extra betekenis bij: 'vercommercialisering'. Het 'naar de markt brengen' van de nieuwe toepassing (of technologie) wordt impliciet onderdeel van het begrip. In sommige benaderingen, zoals die van Keeley lijkt innovatie zelfs synoniem voor business development.

In hoofdzaak zijn er drie soorten bronnen voor kennis over innovatie. De eerste is de wetenschap, dan is er een groep van consultants, coaches en goeroes en ten derde zijn er de journalisten en biografen die verslag doen van innovatieprojecten. 

Alle bronnen hebben gemeen dat maar zeer beperkt kennis wordt opgebouwd die onafhankelijk is van tijd en plaats. Hoe relevant zijn bevindingen van voor de tweede wereldoorlog gedaan in de context van de agrarische sector in de Verenigde Staten voor informatietechnologie in de eenentwintigste eeuw in Europa? Of in de Sovjet Unie onder Chroetsjov? De afstand in cultuur en kennis is soms wel heel groot. 
Een innovatieproject is moeilijk toegankelijk. Onderzoek en verslaglegging gebeurt vaak achteraf, of op enkele moment(en) tijdens het proces. Mislukte projecten blijven buiten beeld, zodat we vooral succesverhalen krijgen te horen. Vertrouwelijke informatie bereikt ons niet. Het verloop van het proces wordt subjectief opgetekend zoals betrokkenen achteraf hun ervaringen hebben gereconstrueerd. 
Bij de tweede groep, die van de commerciële dienstverleners, is er bovendien de strijdigheid met de loyaliteit aan de klant en het eigen zakelijke belang, de wenselijkheid de werkelijkheid positief te kleuren om te voorzien in de eigen marketingbehoefte. Informatie van dienstverleners heeft inherent een hoog maakbaarheidsgehalte.  

Een sterke bijdrage van de wetenschap is gelegen in een analytische aanpak, gedegenheid en discussie van elkaars werk. Er zijn verschillende disciplines actief in het onderzoek naar innovatie: economie, anthropologie, bedrijfskunde, sociologie en psychologie. Naast veldonderzoek bestaat nogal wat werk voor een aanzienlijk deel uit theoretiseren.

De waarde van de dienstverleners is dat zij veel projecten zien, langer meemaken. Daar ze het streven hebben om projecten ook tot een goed einde te brengen zijn de inzichten praktisch, en actiegericht. De zwakte is dat er op zijn best sprake is van onbewuste, ongestructureerde participerende observatie, niet een methodologische benadering die direct hoge ogen gooit. 

Overigens, voor dit artikel ben ik de linkedIn profielen nagelopen van de 26 consultants van een adviesbureau over innovatie. Uit geen enkel profiel blijkt dat de persoon ooit een leidende rol heeft vervuld in een innovatieproject of voor eigen risico een project heeft uitgevoerd. Er is een verschil tussen erover praten en doen. 

Veel boeken over innovatie behoren tot het genre van de managementliteratuur. Populair geschreven en bedoeld om gemakkelijk verteerbaar te zijn met een hoog feel good gehalte. Dat uit zich in een overschot aan quotes, een sterke focus op de Verenigde Staten, en een heldencultuur. Vooruit, hier ook één quote: 'What can you learn from Steve Jobs? Nothing, because you are not Steve Jobs.' 

Te populaire managementboeken terzijde geschoven, wat is er te vinden in de literatuur? Er is voor innovatie geen methode die je kunt toepassen alsof het het bakken van een cake is. De situatie is anders: in ieder innovatieproject stippel je opnieuw je weg uit. Daarbij geholpen door de inzichten en de gereedschappen die je je eerder hebt verworven. 

Voor een deel zijn die inzichten uit literatuur over innovatie te halen. Voor een minstens zo groot deel uit andere werken. Lees een paar goede filosofen. Dan, verzamel kennis ook op een andere dan alleen de cognitieve wijze. Voor innovatie is een open, creatieve geest onontbeerlijk. Die kun je ontwikkelen maar daarvoor geldt: 'een boek lezen helpt niet'. 

Referenties

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van
Benoît Godin (2011) Working Paper No. 9. καινοτομ?α: An Old Word for a New World, or, The De-Contestation of a Political and Contested Concept. Montreal, Quebec.

Overname alleen na voorafgaande toestemming.